kwetsbaarheid (tot die tijd)

Uiteindelijk maakt het niet meer uit wat recht en wat krom is, wat gelijk en wat dom is. Zolang we maar begrijpen waarom we voelen wat we soms voelen, blijven stijgen in elkaars achting en verwachten dat er ooit een moment komt waarop we niet meer bedoelen maar alleen maar zijn – zijn in elkaars aanwezigheid waar tijd niet langer relevant en ruimte slechts verzonnen is.

Dan is het gedaan met de vragen over ongeluk en ongeloof, koele blikken klamme handen. Voelen we elkaar naadloos aan, maken ons klein om geborgen te zijn in elkaars aanraking, geheel ontspannen.

Maar tot die tijd maken we ons nog zorgen, om onszelf en om morgen, vatten elkaars onzekerheid op voor venijn, leren de verkeerde danspasjes aan en trappen op elkaars tenen. Tevreden zullen we zelden zijn, maar ruzies helpen om even ons hart te kunnen luchten, elkaars alwetendheid te ontvluchten. Want blijkbaar restte er nog altijd een stukje verborgen mij dat ik zelf besloot te openbaren en nu roept: “ontwaar en gelief mij!” Controle en loslaten op hetzelfde ogenblik, ik schrik van mijn eigen kwetsbaarheid.

Op een dag gaat mijn zelf geheel en al op in het jouwe – is vertrouwen niet langer zelfstandig maar een werkwoord dat niet schreeuwt om aandacht maar stilletjes zijn ronde doet, de nieuwe dag zorgeloos begroet omdat het weet waarop het kan bouwen. Zich zachtjes laat vallen in de eindigheid van het bestaan, zingend van een nieuw begin.

Maar tot die tijd, oh, tot die tijd…

HOUD

Ik houd je, houd je vaster dan de angst jou te versmoren of verliezen; harder dan de woorden in je oor en zoveel liever; langer dan de dagen dat we samen zijn, dan ik klein in jou en jij in mij wroet, vertroetel en verteder; hoger dan de hoop dat alles goed komt en zoveel beter.

Lees Verder

klein

Maak ik je te klein, pas je zometeen alleen nog maar in mijn hand, laat ik je benen bungelen over de rand, knijp ik je per ongeluk fijn.

Lees Verder

luister

Luister, zegt ze, luister en ik luister naar haar stem. Roep haar naam in al mijn stiltes, ga op zoek in mijn gemis. En ik vind haar tussen muren, in een kelder zwak verlicht. Luister, roept ze, één keer, want ik vloed en eb al weg.

Ik ben er, zeg ik, ben hier, zoek me zachtjes bij elkaar. Laat me proeven van de stilte, hier in mijn gevangenis. Want in de krochten van mijn hart is waar ik haar vind, ongeremd. Ongerept en onbereikbaar, slechts voor mij alleen bestemd.

Lees Verder

ont-vlucht

Ik ontglip je, ontvlucht je.
Ontworstel en verzucht je.
Ik adem jouw aanwezigheid
in, adem uit van jou bevrijd.
Ons ritme is gericht op halen;
ik haal uit, dus haal jij mij?

Lees Verder

Vallen als een professional #terugblik

Het enige wat ik echt zeker weet, is dat niets in een rechte lijn gaat en dat ik niets aan mezelf te danken heb. Ik doe een stap in de goede richting en val meters omlaag voordat ik me herpak, vaste grond onder mijn voeten voel en me weer optrek aan de stenen boven mij – als een bergbeklimmer die het klimmen nog moet leren.

Lees Verder