nader toe

Ik wil niet als één van de velen je vervelen met gesprekken die je morgen alweer bent vergeten. Ik wil je onverdeeld, dat je me mist als ik het af laat weten. Ik wil je blik en blije ogen als ik je gezichtsveld kom betreden. Ik wil je aandacht, slechts een fractie; ik kom zelf de rest wel stelen.

Een stap in de goede richting, dat is het enige wat ik van je vraag. Geen zorgen, ik draag mezelf wel, maar laat me niet als enkeling door het leven gaan. Ik wil je volledig, geen loze woorden of zinnen. Laat me binnen als ik klop, laat me dromen van nieuwe dingen.

Ik ken je nog niet zo goed, maar kijk uit naar wat we kunnen worden. Iets meer dan een groet, een duik in het diepe, waar je hart ligt verborgen. Laat me je bevragen over dagen toen ik nog niet in je leven was. Maak me deelgenoot, verwant met vroeger, ingegraven in het nu.

Ik wil niet één van de velen zijn, laat me je hele wezen kennen. Laten we elkaars blikken leren lezen, elkaars werelden verkennen. Ik laat me vallen in de leegte, hopend op houvast. Laat me weten dat het goed zit, dat ik meer ben dan een last. Verras me, geef me zekerheid. Alleen jij kunt me van de twijfel bevrijden.

schiereiland

schiereiland Kroatië

Nog even en ik ben elke band met je verloren. Dan is jouw huis niet meer het mijne, zal mijn voetstap langzaamaan verdwijnen. Bestaat dat oude, vertrouwde alleen nog in herinnering, moet ik mezelf dwingen alles enkel in mentale foto’s te zien, in opgeschreven woorden te horen.

Want je bent niet meer van mij, betreed mijn thuis zelfs als een vreemdeling. Baan me een weg langs straten en huizen, door betekenis verlaten. Je ebt weg. Als een eiland word je, alle verbinding met het vasteland verbroken.

maak me los in golven

Toch volg ik je op de voet, kan je niet zomaar laten gaan. Lees kranten vol over jouw bestaan, plaats me in jouw schoenen. Jij gaat door en ik blijf achter. Nee, ik ga juist verder en jij staat stil in mijn gedachten.

Verdord raak je, ik verstik en versmoor je. Richt me op de vloed die komen moet voordat jij vergaat. Ondertussen kijk jij toe hoe ik mezelf in stukken breek om maar te vergeten wat ik van jou en jij van mij weet.

Nog even en ik zie je niet eens meer staan. De tegels daar dragen nog steeds mijn naam, maar ik heb geen tekens nodig om te beseffen: mezelf draag ik voor altijd mee.

De goddelijke en breekbare vrouw in Anne Brontës The Tenant of Wildfell Hall #talkingclassics

‘An excellent little woman,’ he remarked when she was gone, ‘but a thought too soft – she almost melts in one’s hands.’

Mr Hattersley over Milicent
Anne Brontë, The Tenant of Wildfell Hall (Londen 2016) 338.

Deze roman wist regelmatig het bloed onder mijn nagels vandaan te halen, totdat ze net zo wit en gevoelloos waren als de vrouwen in dit verhaal. En nee, dan heb ik het niet alleen over de manier waarop de mannen in dit boek als echte tirannen hun echtgenotes aan hun eigen wil onderwerpen, maar ook over de scheve ideeën die de vrouwen er zelf op nahouden over wat goed en fout is in de ogen van God.

Lees Verder

Aantekeningen tijdens een wandeling

We maken een wandeling door de natuur en ik kijk door mijn cameralens naar de wereld om me heen, omdat ik bang ben te vergeten wat ik vast zou willen houden. De foto’s vormen samen de horizon van mijn gedachten, waar ik al mijn herinneringen in kan plaatsen. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, maar daar wil ik liever niet aan. Een beeld brengt een stroom van duizend woorden in beweging. Het is nu aan mij om deze woorden te onthullen:

Lees Verder