HOUD

Ik houd je, houd je vaster dan de angst jou te versmoren of verliezen; harder dan de woorden in je oor en zoveel liever; langer dan de dagen dat we samen zijn, dan ik klein in jou en jij in mij wroet, vertroetel en verteder; hoger dan de hoop dat alles goed komt en zoveel beter.

Lees Verder

sneeuw

Ik wachtte tot de sneeuw weer zou gaan liggen, maar het bleef dwarrelen, mij verblinden. De wind blies vlokken in mijn ogen en ik leefde op de tast, zocht je hand nog in het donker. Wachtend op een wonder, op de storm die over zou waaien, op een wereld die voor even niet meer draaide. Misschien zelfs wel iets heel banaals, zoals een grasspriet onder bedolven land. Misschien zelfs wel iets heel vluchtigs, zoals luchtkastelen van zand.

Lees Verder

luister

Luister, zegt ze, luister en ik luister naar haar stem. Roep haar naam in al mijn stiltes, ga op zoek in mijn gemis. En ik vind haar tussen muren, in een kelder zwak verlicht. Luister, roept ze, één keer, want ik vloed en eb al weg.

Ik ben er, zeg ik, ben hier, zoek me zachtjes bij elkaar. Laat me proeven van de stilte, hier in mijn gevangenis. Want in de krochten van mijn hart is waar ik haar vind, ongeremd. Ongerept en onbereikbaar, slechts voor mij alleen bestemd.

Lees Verder