sneeuw

Ik wachtte tot de sneeuw weer zou gaan liggen, maar het bleef dwarrelen, mij verblinden. De wind blies vlokken in mijn ogen en ik leefde op de tast, zocht je hand nog in het donker. Wachtend op een wonder, op de storm die over zou waaien, op een wereld die voor even niet meer draaide. Misschien zelfs wel iets heel banaals, zoals een grasspriet onder bedolven land. Misschien zelfs wel iets heel vluchtigs, zoals luchtkastelen van zand.

Lees Verder