kind

Ik wil terug naar dat kind op de balustrade, dat zorgeloze zorgen maken, denken in zwart-wit omdat de grenzen nog zo helder waren.

Mooie woorden redden me niet langer, dat verlangen naar waarheid trek de teugels nog wat strakker aan;

ik snak naar oprechtheid, maar soms maakt het goede me bang. Maar wat moet ik dan wat moet ik dan? Rennen

Lees Verder

luister

Luister, zegt ze, luister en ik luister naar haar stem. Roep haar naam in al mijn stiltes, ga op zoek in mijn gemis. En ik vind haar tussen muren, in een kelder zwak verlicht. Luister, roept ze, één keer, want ik vloed en eb al weg.

Ik ben er, zeg ik, ben hier, zoek me zachtjes bij elkaar. Laat me proeven van de stilte, hier in mijn gevangenis. Want in de krochten van mijn hart is waar ik haar vind, ongeremd. Ongerept en onbereikbaar, slechts voor mij alleen bestemd.

Lees Verder