Ik ga op reis

Ik ga op reis en neem je mee, achter in de kofferbak. Vind je dat een goed idee? Ik ga op reis en pak je in, doe de koffer goed op slot. Weet je dan niet dat ik je bemin? Ik offer alles voor je op. Ik wil je houden, van je houden. Met je trouwen, in een paleis, op het schavot – kan me niet schelen. Al veins je onwetendheid, net alsof je me niet kent, ik weet: ooit komt er een moment dat je bij me wil zijn, niet uit noodzaak maar uit een verlangen naar vrijheid, want alleen bij mij ben je echt vrij. We gaan op vakantie, ver en lang; op de camping spelen we Risk en schaken we tot jij je gewonnen geeft en ik je in mijn armen sluit. Je fluistert zachtjes mijn naam – of heb ik dat verzonnen?

Lees Verder