Prinses

What do you want from me? Why don’t you run from me?
What are you wondering? What do you know?
Why aren’t you scared of me? Why do you care for me?
When we all fall asleep, where do we go?

Billie Eilish, bury a friend

Eerst dacht hij nog dat ze in shock was. De boze woorden, het ongeloof, de tranen… helaas was het hem de afgelopen dertig jaar allemaal wel bekend geworden. Zelfs als ze de deur in zijn neus had dicht gesmeten, had hij het kunnen begrijpen. Maar dat ze het met een onaangedaan gezicht glashard zou blijven ontkennen, dat had hij niet verwacht. Hij begon bijna aan zichzelf te twijfelen. Hij had toch wel bij het goede huis aangebeld?

‘Wilt u anders even binnenkomen?’ De vrouw lachte hem bemoedigend toe, alsof hij degene was die zojuist was geconfronteerd met een vernietigende waarheid die zijn hele wereld in had laten storten.

Toch ging hij erop in, misschien in de hoop dat hij op de een of andere manier dit vreemde masker door kon prikken of misschien wel om de natte buitenwereld voor heel eventjes te verruilen voor de behaaglijke warmte binnen. ‘Dat lijkt me een goed idee.’

Ze nodigde hem uit om op de bank plaats te nemen terwijl ze koekjestrommel tevoorschijn toverde. ‘Ik heb koffie gezet. Wilt u koffie?’

Hij schudde zijn hoofd, bedankte vriendelijk voor de moeite. Het leek hem niet heel gepast om nu, om 2 uur ’s nachts…

‘Ach toe. Het staat er nu toch al. Zonde om weg te gooien. Ik drink namelijk geen koffie.’

Dat klonk hem vreemd in de oren. ‘Uw man wel?’

Ze schudde haar hoofd. ‘Al heel lang niet meer.’

Hij merkte dat hij langzaam weg begon te zakken in de bank en ging verzitten in de hoop een wat comfortabelere positie te bereiken. Ondertussen probeerde hij de blik van de vrouw die voor hem zat zoveel mogelijk te ontwijken.

Het was niet zo dat ze hem indringend aankeek, alsof er iets was dat hij niet wist en wel had moeten weten. Het was niet zo dat ze keek alsof ze hem iets aan wilde doen, zoals die onheilspellende glans in de ogen van een krankzinnige. Nee, deze vrouw keek heel helder uit haar ogen. Toch was er iets dat niet leek te kloppen. Ze keek… blij. En dat was wel het laatste waar hij op had gerekend.

‘Ik wilde toch nog even praten over… Ik hoop dat u begrijpt dat…’ Zijn stem had al zijn kracht verloren.

‘Over mijn dochter? Het is een schat van een mens. Ze hangt daar aan de muur.’ De schrik was hem al om het hart geslagen voordat hij besefte dat ze wees naar een portretfoto die boven het dressoir hing. Het was een meisje van vermoedelijk een jaar of 14. Onder de dikke laag make-up zag je zo dat het meisje in werkelijkheid niet heel erg knap was, op zijn hoogst middelmatig. Toch straalde er iets uit haar ogen dat de indruk wekte dat ze inderdaad best wel eens ‘een schat van een mens’ kon zijn. Het was haar dromerige blik die leek te bevestigen dat ze niet helemaal van deze wereld was.

Daarom meende hij het uit de grond van zijn hart toen hij zei: ‘U heeft een prachtige dochter.’ Werd hij nou een beetje emotioneel? Dat was niet de bedoeling. Dit was niet waarvoor hij gekomen was. Geen tea time, maar real talk.

‘Vindt u het goed als ik u wat meer vertel over wat er vannacht precies is voorgevallen?’ Als ze nu ‘nee’ zou zeggen, had hij misschien wel voor de rest van de avond gezwegen. Hij vond het moeilijk om zichzelf tot een feitelijk relaas van het afgelopen uur te zetten zonder daarbij tranen bij zichzelf op te voelen komen. Maar hij zou zijn best doen. Hij moest sterk zijn. Voor haar.

‘Natuurlijk, graag zelfs.’ Haar woorden klonken gemeend. Hij kon er geen greintje sarcasme in bespeuren.

‘Uw dochter liep een uur geleden door het Koningsplantsoen in de richting van…’

Ze onderbrak hem, maar hij kon niet verstaan wat ze zei. Zijn oren zaten dicht. ‘Sorry?’

‘De Thomas van Aquinostraat, zei ik. Dat is een paar straten verderop. Ze heeft op donderdagavond altijd repetities van de schoolband waar ze in speelt. En vaak gaan ze daarna nog ergens wat drinken. Meestal gaat ze op de fiets, maar haar band was lek, dus…’

‘Dus een van haar vrienden nam niet even de moeite om haar achterop te nemen?’ Het klonk bitterder dan hij had verwacht. De vermoeidheid begon waarschijnlijk zijn tol te eisen. Rustig blijven.

‘Dat hebben ze vast. Maar de meeste van haar vriendinnen wonen aan de andere kant van het park. En vanaf het park is het nog maar een kwartiertje lopen naar huis.’ Het leek bijna alsof ze zichzelf en niet de vriendinnen van haar dochter aan het verontschuldigen was.

‘Het spijt me. Dat was niet erg professioneel van me. Ik bedoel alleen te zeggen dat…’

Weer dat bemoedigende lachje. Ze begreep hem zonder dat hij zichzelf begreep.

‘Terwijl ze door het park liep, is ze toen door een voorbijganger neergestoken. Het spijt me verschrikkelijk om dit te moeten zeggen, maar ze heeft het helaas niet overleefd. We zullen alles, maar dan ook alles doen wat we kunnen om de dader te vinden. Maar voor nu…’

‘Wacht even hoor, meneer de officier.’ Ze had haar ogen lichtjes toegeknepen en keek hem nu op z’n minst wantrouwig aan. ‘Wanneer is dit volgens u allemaal gebeurd?’

Ze wilde cijfers, ze wilde tijden. Was dit dan misschien het moment waarop de waarheid eindelijk in zou dalen, waarop de alcoholische roes plaats zou maken voor de knallende koppijn?

‘Ongeveer een uur geleden, rond kwart over 1.’

‘Maar dat is onmogelijk!’ Een triomfantelijke grijns was op haar gezicht verschenen. ‘Ik kon vannacht niet slapen en ben toen naar beneden gegaan om wat te eten. Daarna heb ik nog eventjes om het hoekje van haar deur gekeken en daar lag ze, vredig te slapen.’

‘Hoe… hoe laat was dat?’ Zijn hoofd voelde leeg en vol tegelijkertijd. Zou het dan misschien toch…? Hij wierp nog eens een blik op de foto aan de muur.

‘Een halfuurtje geleden.’

Zijn hart bonsde in zijn keel. Het kon toch niet… Nee, ze was gewoon in de war.

‘Maar mevrouw, lag ze om kwart voor 2 dan al te slapen?’

‘Jazeker. Ze wilde het niet zo laat maken vanavond, dus ze is denk ik al rond 12 uur thuis gekomen. Op dat moment lag ik al op bed, want ik had last van hoofdpijn. De laatste tijd heb ik dat wel vaker, weet u. De dokter zegt dat het door stress komt, maar ik weet het niet.’

Ze wreef over haar voorhoofd en keek hem nog steeds recht aan.

‘Dus u beweert dat ze nu nog steeds ligt te slapen?’

Ze hield haar hoofd schuin en keek hem onderzoekend aan, alsof ze maar moeilijk kon begrijpen waar hij naartoe wilde.

‘Ja, natuurlijk! Gaat u maar kijken als u me niet gelooft. Maar wilt u dan alstublieft wel rustig doen op de trap? Ik wil niet dat ze wakker wordt.’

Hij knikte, knikte nog eens, bleef maar knikken. Misschien dat hij alles zou begrijpen als hij maar lang genoeg bleef knikken.

De vrouw stond op. Ze had een kleine snee in haar rechterhand. Haar donkere haren zaten warrig. Ze was ook nog maar net wakker natuurlijk.

Toen hij haar voorbeeld volgde, voelde hij zich duizelig. Misschien toch te vaak geknikt. Of misschien gewoon te weinig slaap gehad de afgelopen dagen. Of misschien bleef slecht nieuws brengen na al die jaren toch niet echt zijn ding.

‘Waar… eh, kan ik haar kamer vinden?’

‘De trap op en dan de eerste deur aan uw linkerhand. Maar wees alstublieft zachtjes, ze moet morgen weer vroeg op.’ Ze ging hem voor door de hal en legde haar vinger tegen de lippen om aan te geven dat het haar menens was. Het was hem ook menens, ook al wist hij niet wat hij dacht aan te zullen treffen. Een kind, een lege kamer, een pop? Haar vasthoudendheid bracht hem van zijn stuk – van het voetstuk waar hij op had gestaan voordat hij besefte dat het slechts de drempel was geweest van het huis van een mens van vlees en bloed. Nee, het was geen werk meer, maar pure emotie die hem naar boven dreef en zachtjes de deur liet openen.

‘Dag prinsesje.’ De woorden ontglipten hem zodra hij de kamer in keek. De maan verlichtte het kleine vertrek met haar witte gloed en liet ook enkele stralen vallen op het ledikantje dat daar midden in de kamer stond. Overdag deed al het roze pijn aan zijn ogen, maar ’s nachts veranderde het in een vredig bordeaux dat hij wel kon waarderen. Zij vast ook. Hij voelde nu al haar hartslag in zijn handpalm, haar adem op zijn wang. Hij was slechts een paar stappen van haar bedje verwijderd. Hij zette er één, maar moest zich aan de deurklink vastgrijpen om niet te vallen. Het licht deed pijn aan zijn ogen. Misschien was het beter om zijn ogen even te sluiten. Heel eventjes maar. Ze zou het vast niet erg vinden. Ze wist toch dat hij in de buurt was? Hij zou niet lang wegblijven. Nog even en hij zou hij haar in zijn armen sluiten. Hij was niet ver weg meer.

~

Ze had de vermoeidheid al in zijn ogen gelezen toen hij voor de deur stond. Het zou niet moeilijk moeten zijn om hem tot een zelfgemaakt kopje koffie te verleiden zodra hij op haar bank was gaan zitten. De foto aan de muur was een goede afleiding van de foto op het dressoir waarop haar buurvrouw en dochter in het zwembad te zien waren. Ach, in zijn toestand zou hij niet eens een boter- van een vleesmes kunnen onderscheiden.

Ze kon nog steeds niet geloven hoe makkelijk alles was gegaan. De verrukking op het gezicht van haar buurvrouw toen ze haar vertelde over de yoga retreat die ze via een veiling had weten te bemachtigen, ergens in een afgelegen gehucht in Oost-Europa, had in haar een oerdrift losgemaakt. Ze had hem een tijd lang weten te onderdrukken, maar vanaf dat moment waren de radertjes in haar hoofd gaan werken.

Wekenlang volgde ze, bespiedde ze het meisje en tekende ze alles uit. Maar hoe dichter de dag naderde, hoe saaier het vooruitzicht werd. Ze verlangde naar uitdaging, iets waarmee ze haar bestaande plan kon uitbreiden. Dat was het moment waarop de slecht-nieuwsagent haar gedachten was binnengelopen. Hij had haar natuurlijk voor gek kunnen verklaren en mee kunnen nemen naar het bureau, maar dat risico nam ze maar voor lief. Ze had toch nooit verder gekeken dan vandaag.

Dat hij zo lang binnen bleef, baarde haar enigszins zorgen. Voor hetzelfde geld had hij allang een van zijn collega’s ingeseind en was het huis op dit moment omsingeld door een stuk of tien wagens en misschien zelfs wel één of twee helikopters. Ze zag het zo voor zich. Een steek ging door haar buik. Ze had zo graag zijn gezicht willen zien wanneer hij de deur opende en haar voor zich zag staan, een hamer boven het hoofd geheven. Dat moment van ultieme verbijstering, daar deed ze het voor.

Ze opende de deur, heel zachtjes, alsof dat nu nog wat uit zou maken. Het zweet brak haar uit toen ze hem languit op de grond zag liggen. Iemand moest haar voor zijn geweest. Maar ze had toch niets gehoord? Hoe kon het dat ze niets had gehoord? Maakt niet uit, ze moest weg hier. Ze liet de hamer op de grond vallen en rende de trap af.

~

KRANTENBERICHT 14 JUNI 2019
Vanochtend werd een vrouw dood aangetroffen in een woonhuis aan de
René Descarteslaan in de Filosofenbuurt. Er wordt nog onderzoek gedaan naar de precieze toedracht, maar vermoedelijk gaat het om een ongeluk. De vrouw bleek niet de inwoner van het pand te zijn. Naast de vrouw trof de politie ook een verwarde collega aan die de opdracht had gekregen de bewoner van het huis in te lichten over een misdrijf dat die nacht had plaatsgevonden. Over de details wil de politie niets kwijt zolang het onderzoek nog loopt. Volgens omstanders bleef de verwarde politieagent de volgende woorden stamelen terwijl hij onder begeleiding van zijn collega’s naar de auto werd geleid om te worden ondervraagd op het bureau: ‘Mijn prinsesje.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s